Waarom ambtenaren applaus verdienen

geplaatst in: Overheidscommunicatie | 0

Ik bedoel, de reacties die ik soms krijg, daar lusten de honden geen brood van. Weet je, Rob, wij ambtenaren zijn een soort scheidsrechters. Als het allemaal goed gaat hoor je niks, maar o wee als we op een foutje betrapt worden. Dan valt iedereen over ons heen. Nou ja, applaus is ook niet nodig, maar iets meer waardering zou wel prettig zijn.”

Tegenover mij zit een ambtenaar van een grote gemeente. Een bedachtzame veertiger met scherpe blauwgrijze ogen en een wat vermoeide trek om de lippen.

“Krijg je echt zó weinig waardering?”, vraag ik hem

Terwijl hij een slokje van zijn koffie neemt kijkt hij mij scherp aan.
“Dat zou jij moeten weten, hoe lang loop je hier nou al rond? Maar weet je, dat is nooit anders geweest. De flauwe grappen over ambtenaren die lui zijn worden toch al god weet hoe lang op verjaardagen vertelt? Alleen wordt het nu nog lastiger.”

“Hoe bedoel je, dat het nu lastiger wordt?”

“Nou, de decentralisatie gaat maar door. Wij krijgen steeds meer op ons bordje. De WMO, de jeugdzorg, de participatiewet, straks de omgevingswet. Allemaal prima hoor, maar er komen niet meer collega’s bij, wel veel meer werk. En dan komen de verkiezingen er ook weer aan”

“De verkiezingen?”

“Ja, wat dacht je? Wethouders krijgen dan een soort lentekriebels om toch vooral nog maar even te scoren nu het nog kan. Of wij dit of dat even grondig willen onderzoeken”

Hij roert gedachteloos in zijn koffie, hoewel hij niet eens suiker of melk gebruikt. Dan vervolgt hij:
“Weet je, dit klinkt misschien als klagen, maar dat is het niet. De realiteit is gewoon dat we het geweldig druk hebben, wij werken ons een slag in de rondte hier. En dat is helemaal niet erg. Maar het is natuurlijk wel triest dat er nog steeds een negatief imago aan ons werk kleeft. Wat veel mensen zich niet realiseren is dat wij voortdurend in een spagaat zitten. Aan de ene kant moeten wij zorg dragen voor de wetmatigheid. Dat betekent regels, handhaving uitvoering. Aan de andere kant worden wij geacht om in gesprek te gaan met bewoners, onze menselijke kant laten zien en flexibel om te gaan met wet- en regelgeving. Maar als we dan naar buiten treden en op een meer open manier met de samenleving communiceren, lopen we intern het risico om teruggefloten te worden. Vergis je niet, we hebben te maken met directe leidinggevenden, teamleiders, afdelingshoofden, management, concerndirectie en niet te vergeten politieke aansturing. Dat zijn nogal wat schijven die allemaal iets kunnen vinden van wat een individuele ambtenaar heeft gedaan. Sterker nog, dat gebeurt ook vaak. Dat maakt het natuurlijk ook veiliger om maar geen risico te nemen en gewoon je werk te doen volgens de letter. Past niet erg in de tijdsgeest, maar wie wil nou de kop van jut zijn?”

Rob Janssen
Spraakmaker