Waarom gemeenten niet moeten zeggen wat er goed gaat

geplaatst in: Overheidscommunicatie | 0

Voor degenen die mijn bijdragen vaker lezen zal deze titel misschien opvallend negatief zijn. Klopt. Normaal ben ik weliswaar kritisch, maar wel gericht op verbeteren en vieren van successen. Directe aanleiding is een bijeenkomst die ik recent mocht bijwonen.

In de zaal in Nijmegen zitten 500 mensen. Inwoners, ondernemers, vertegenwoordigers van gemeenten en maatschappelijk middenveld. Doel is om in kleinere groepen uiteen te gaan en op diverse thema’s projecten te ontwikkelen. Voordat we uit elkaar gaan krijgen we een paar korte speeches. De gedeputeerde, een werkgever, een wethouder. En allemaal benadrukken ze dat we best meer trots mogen zijn op onze regio. Dat er zoveel goed gaat.
Instemmende geluiden uit de zaal.
Vervolgens neemt Nils Roemen het woord. (mocht je hem niet kennen, huur hem vooral in als je iets wilt veranderen in de organisatie).
Zijn opening: “Ik ben helemaal niet enthousiast, sterker nog, ik vraag mij af of deze bijeenkomst wel zin heeft”. De opgewekte stemming was in één klap verdwenen. Om zijn statement te verduidelijken stelde hij een simpele vraag: “Wie van jullie vindt het leuk om iemand te helpen?” Alle handen vlogen omhoog. Vervolgens kwam de tweede vraag: “Wie van jullie vindt het leuk om iemand te helpen die het niet nodig heeft?”. Alle handen bleven omlaag. “Dus”, vervolgde Nils, “is het gevaarlijk om te vertellen wat je allemaal goed doet. Het weerhoudt anderen er van om jou te helpen”.

Natuurlijk is dit kort door de bocht. Het deed me echter wel denken aan de vele gesprekken die ik met ambtenaren en politici voer. Op het moment dat de kloof tussen politiek en samenleving ter sprake komt, is het antwoord altijd hetzelfde: “Ja, maar we doen al heel veel op dat gebied”. Natuurlijk is dat zo, alleen is dat nauwelijks een antwoord op de groeiende groep ontevreden burgers die steeds meer het vertrouwen in de politiek verliezen.
In mijn boekje “Waarom gemeenten niet naar burgers luisteren” haal ik een vergelijking aan van Alvin Toffler, een Amerikaanse futuroloog. Hij vertaalt de aanpassingssnelheid van diverse groepen in de samenleving in kilometers per uur. Bedrijven doen dat het snelste, zo’n 160 km/u. Burgers zitten daar vlak achter met 140 km/u. Politieke structuren halen in zijn onderzoek niet meer dan 5 km/u.
Zie je het voor je: de snelweg waar ondernemers en burgers in pittig tempo doorrijden. Maar dan stuiten ze op een wandelaar, de politieke structuur. En helaas, die hebben ze nodig voor vergunningen en andere zaken. Dus iedereen moet vol in de remmen. Vanzelfsprekend levert dat ergernis op. Groeiende ergernis. Het blijft me verbazen hoe weinig politici en ambtenaren zich bewust zijn van die ontwikkeling.
Regelmatig krijg ik reacties als: “tja, dat zijn altijd dezelfde mensen die klagen”, of “die kloof met de samenleving valt best mee”.

Punt is dat het benoemen van datgene wat er beter kan de basis is van diezelfde verbetering. En dat begint met het erkennen dat er iets aan de hand is. Zover zijn we blijkbaar nog niet. Tijdens een gesprek met raadsleden haalde ik een onderzoek van het CPB aan, waaruit bleek dat het vertrouwen in politici lager was dan het vertrouwen in bankdirecteuren. “Daar ben ik het niet mee eens”, reageerde een van de raadsleden.
Huh, denk ik dan?
Je bent het niet eens met een onderzoek?
Wat is er nodig om de ogen te openen?

In Nederland zijn talloze projecten die zich bezig houden met het verkleinen van de kloof tussen politiek en samenleving.
G1000, civocracy, deep democracy, democratic challenge, BIND en nog veel, veel meer.
Wat veel initiatieven gemeen hebben is dat zij door burgers en ondernemers geïnitieerd worden. En allemaal stuiten ze tegen dezelfde muren van de diverse gemeentehuizen in dit land. Nog steeds wordt ontkend dat er iets aan de hand is en komen de voorbeelden wat er in positieve zin gebeurt.

Beste ambtenaren en politici. Dit is geen oproep om negatief te worden, wel om de feiten onder ogen te zien. Het is geen persoonlijk falen, het is een systeem dat een reboot nodig heeft. De samenleving is dat met 140 km/u aan het doen. Help mee, erken dat we de democratie nieuwe vormen moeten geven.
Zolang vertellen wat er allemaal goed gaat een excuus is om niet structureel bestuurlijke vernieuwing serieus te nemen, werkt het averechts.

“the fish is the last to discover the water” is een uitspraak die ook hier van toepassing lijkt te zijn. Kijk naar de opkomstcijfers bij verkiezingen, herken en erken het gevaar van groeiend populisme, luister naar de oorverdovende onvrede in de samenleving over de politiek en vooral:
Stop met vertellen hoe goed het gaat!
Je zult merken dat er velen dan klaar staan om mee te denken over oplossingen…

Rob Janssen
info@spraakmaker.nl